Het ministerie van Defensie weigert inhoudelijke antwoorden te geven op vragen over de drone-incidenten die eind 2025 het luchtruim boven Nederlandse vliegbases en luchthavens ontregelden. RTL Nieuws diende een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo) en kreeg een besluit waarin het ministerie uitlegt dat openbaarmaking inzicht zou geven in de aard, de omvang en de frequentie van de waarnemingen en in de mogelijkheden en beperkingen van de Nederlandse dronedetectie. De omroep laat weten bezwaar te maken tegen dat besluit.
Daarmee blijft een van de meest besproken veiligheidskwesties van het afgelopen jaar grotendeels onopgehelderd. Wat er precies boven Volkel, Eindhoven en andere locaties hing, hoeveel van de gemelde objecten daadwerkelijk drones waren en of er na november 2025 nieuwe incidenten zijn geweest, blijft achter gesloten deuren. Tegelijk maakte Defensie eerder wel een interne nota openbaar waaruit blijkt hoe serieus het ministerie de situatie inschatte, tot en met de voorbereiding op het gebruik van vuurwapens tegen onbemande toestellen.
Wat RTL Nieuws opvroeg en wat Defensie weigerde
Het Woo-verzoek richtte zich op de dronemeldingen van november 2025 en de nasleep daarvan. RTL Nieuws wilde weten wat het ministerie verder bekend is over deze drone-incidenten en of na november 2025 nog meer van dergelijke meldingen hebben plaatsgevonden. Op beide punten blijft het antwoord uit.
In het besluit, dat op de landelijke openbaarmakingsportal staat, laat Defensie doorschemeren dat er meer materiaal is. Er bestaat een afzonderlijk overzicht van waargenomen objecten, waarin de waarnemingen zijn gebundeld. Dat overzicht wordt niet gepubliceerd. Als reden geeft het ministerie dat openbaarmaking inzicht zou kunnen geven in de manier waarop Nederland drones detecteert en in de grenzen van die capaciteit. Wie weet welke objecten wel en niet worden opgemerkt, weet ook hoe je erlangs komt.
Het argument keert de gebruikelijke logica van de Woo om. De wet gaat uit van openbaarheid als uitgangspunt en van geheimhouding als uitzondering, en juist bij een kwestie die maandenlang het publieke debat beheerste, ligt de bewijslast bij het ministerie. Dat de gevraagde informatie iets zegt over detectievermogen is op zichzelf nog geen grond om alles te weigeren, omdat openbaarheid ook kan worden ingevuld met een geanonimiseerde of gedeeltelijke versie.
De interne nota van 6 november 2025: van counter-UAS tot vuurwapens
Wat er in de laatste maanden van 2025 intern gebeurde, blijkt uit een nota van de Koninklijke Luchtmacht die inmiddels openbaar is. Het document dateert van 6 november 2025 en gaat over de inzet van beschikbare counter-dronecapaciteiten, ook wel C-UAS genoemd. De nota stelt dat de vermeende droneactiviteit rond Nederlandse vliegbases in het najaar van 2025 aanmerkelijk toenam en dat onbekende partijen met nieuwe en grotere systemen in de gecontroleerde luchtruimten van militaire vliegbases vlogen. Daarbij zouden ook start- en landingsbanen en voor de missie belangrijke gebouwen in het spel zijn.
De toon is die van een dreigingsanalyse, niet van een incidentenrapport. Defensie spreekt over een reële en ernstige dreiging en over de noodzaak om Force Protection-personeel in staat te stellen onmiddellijk tegen onbemande systemen op te treden. De nota beschrijft daarvoor een breed scala aan middelen: niet alleen elektronische storing en onderschepping, maar onder omstandigheden ook kinetische middelen, oftewel vuurwapens.
Opvallend is dat het ministerie daarvoor ook de juridische kaders wilde aanpassen. De bestaande regelgeving zou onvoldoende zijn toegesneden op de nieuwe dreiging rond militaire locaties. Begin december 2025 verschenen bovendien waarschuwingen waarin dronevliegers erop werden gewezen dat vliegen in bepaalde no-flyzones kon leiden tot de inzet van scherpe munitie, in de context van counter-drone-schietoefeningen bij Den Helder.
Even opvallend is wat de nota niet zegt. Er wordt gesproken over detectie, zonder te specificeren met welke middelen de objecten zijn waargenomen. Juist dat detail bepaalt of een waarneming technisch hard is of berust op menselijke observatie in het donker. Dat onderscheid is in het hele Europese dronedebat van 2025 het centrale twistpunt geworden.
Volkel, Eindhoven, Schiphol, Gilze-Rijen en Brunssum
De meldingen die de aanleiding vormden, kwamen in een korte periode. Op 21 en 22 november 2025 werden drones gemeld boven vliegbasis Volkel en in de omgeving van Eindhoven Airport. Het vliegverkeer op Eindhoven werd tijdelijk stilgelegd en Defensie zette counter-dronecapaciteiten in. Welke middelen daarbij precies werden gebruikt, wilde het ministerie niet bekendmaken. De toenmalige staatssecretaris Gijs Tuinman liet weten dat het om onbewapende hobbydrones zou zijn gegaan. Verder onderzoek leverde niets op.
Eerder die herfst was er al onrust rond de Polderbaan op Schiphol, die na een dronemelding werd stilgelegd, waarbij een ballon als verklaring niet werd uitgesloten. Rond vliegbasis Gilze-Rijen sloeg de luchtverkeersleiding alarm, terwijl de marechaussee niet aan spionage dacht. Ook rond het NAVO-hoofdkwartier in Brunssum werden drones gemeld.
Nederland stond daarin niet alleen. Vanaf september 2025 ontstond in meerdere Europese landen een golf van meldingen rond vliegvelden, militaire locaties en kritieke infrastructuur, onder meer in Denemarken, België, Duitsland, Frankrijk, Noorwegen en Zweden. In Denemarken werden drones gemeld bij meerdere militaire locaties, waaronder vliegbasis Skrydstrup. Bij het militaire oefenterrein Borris werd daadwerkelijk geschoten op een object dat voor een drone werd aangezien.
Waarom het overzicht van waargenomen objecten zo zwaar weegt
De term die Defensie zelf gebruikt, is veelzeggend. Het gaat om een overzicht van waargenomen objecten, niet om een overzicht van drones. Die formulering sluit aan bij de kernvraag die in de Europese dronepaniek steeds nadrukkelijker opdook: hoeveel van de gemelde objecten waren daadwerkelijk onbemande toestellen?
In Nederland is die vraag extra prangend, omdat de technische basis van de waarnemingen smal was. Tuinman bevestigde later dat de Nederlandse droneradars van het type IRIS tijdens de incidenten in Oekraïne waren ingezet. De waarnemingen boven Volkel en Eindhoven werden daardoor uitsluitend met het blote oog gedaan. Er was dus geen gespecialiseerde apparatuur die onderscheid kan maken tussen een drone, een vogel, een vliegtuig of een ster. Het onderzoek naar de incidenten loopt bij het Openbaar Ministerie en de veiligheidsdiensten en heeft tot nu toe geen openbare uitkomsten opgeleverd.
Voor de Europese luchtvaartautoriteiten is dat een bekend probleem. Detectie is duur, de inzet van middelen is schaars en de systemen die er zijn, worden niet altijd gebruikt. Daarom pleiten zowel de Inspectie Leefomgeving en Transport als marktpartijen al langer voor een landelijk dekkend beeld van het droneverkeer. Zonder dat beeld blijft elke discussie over dreiging een discussie over vermoedens.
Wat Europese onderzoeken wel lieten zien
In andere landen is het beeld inmiddels scherper, en dat maakt de Nederlandse beslotenheid lastiger te verdedigen. Een gezamenlijke analyse van ruim zestig waarnemingen in elf Europese landen tussen 9 september en 27 november 2025 kwam tot een ontnuchterende uitkomst. In 41 gevallen was er geen bewijs en bleef de herkomst onbekend, in 14 gevallen ging het aantoonbaar om een ander object dan een drone. Slechts driemaal werd een Russische drone bewezen, alle in landen die direct aan Oekraïne grenzen. In 55 van de 61 gevallen is dus tot op heden geen bevestiging gevonden van een vijandelijke of illegale drone.
De voorbeelden van vergissingen zijn inmiddels talrijk. In België bleek een politiehelikopter boven Brussels Airport door de militaire top te zijn aangezien voor een enorme drone. In Denemarken vuurde de krijgsmacht 43 patronen af op een vermeend droneobject bij Borris, waarna bleek dat op dat moment ook een passagiersvliegtuig overkwam. De Deense legertop bevestigde die samenloop pas veel later. De Deense politie trok in juni 2026 bovendien een eerdere verklaring in waarin zij sprak van geverifieerde droneactiviteit bij Skrydstrup: bij het merendeel van de onderzochte meldingen kon worden uitgesloten dat het om drones ging. In Zuid-Limburg werd de Grote Beer aangezien voor een dronezwerm, in Billund gebeurde iets vergelijkbaars met een heldere ster, en op de luchthaven van Oslo stond een detector die op het beslissende moment niet in gebruik was.
Deze reeks laat zien waar het schuurt. Openbaarheid over waarnemingen leidt niet automatisch tot een zwakker veiligheidsbeleid. In België nam het aantal meldingen juist af nadat extra detectieapparatuur was geplaatst, en in meerdere landen leidden correcties tot een gerichtere inzet van middelen. De rekening van de paniek wordt wel betaald: België schafte detectiesystemen van Senhive en storingapparatuur van DroneShield aan, Nederland bestelde honderd IRIS-radars, zet in op SkyRanger-snelvuurkanonnen en organiseert een challenge voor counter-strike drones.
Wat de beslotenheid betekent voor de dronebranche
Voor professionele operators is de kwestie niet abstract. Zij plannen hun vluchten met geo-zones, kaarten en aanvraagprocedures, en die hulpmiddelen zijn alleen bruikbaar als de onderliggende risico-inschatting navolgbaar is. Als het dreigingsbeeld dat tot beperkingen leidde niet controleerbaar is, is het voor een operator onmogelijk om te beoordelen of een aanvraag kans maakt of bij voorbaat kansloos is.
Dat speelt des te sterker nu de civiele ruimte rond luchthavens juist verruimt. In de gecontroleerde luchtruimten van de burgerluchtvaart komen er vanaf 26 november meer mogelijkheden voor civiele drones, terwijl de militaire luchtruimten in één zone gesloten blijven. De militaire zones worden wel toegevoegd aan het nationale geo-zoningbestand, zodat ze in planningssoftware verschijnen in plaats van alleen in gespecialiseerde aanvraagprocedures. Meer informatie over die procedures staat in het artikel over aanvragen in militair luchtruim en op de dronekaart Nederland.
Tegelijk groeit de bereidheid om drones daadwerkelijk tegen te houden. Gevangenispersoneel kreeg bevoegdheden om drones rond justitiële inrichtingen te storen of te laten landen, en Defensie bereidt zich voor op het gebruik van scherpe munitie in no-flyzones. In zo'n omgeving wordt het voor operators belangrijker, niet minder belangrijk, om precies te weten waar waarnemingen vandaan komen. Detectie die alleen op menselijke waarneming rust, leidt tot maatregelen die achteraf niet te reconstrueren zijn. Hoe meer van dat soort maatregelen er komen, hoe groter de behoefte aan openbare onderbouwing. Wie de lucht boven Nederland veiliger wil maken, heeft er dus baat bij dat het overzicht van waargenomen objecten uiteindelijk wel wordt gepubliceerd, al is het in geanonimiseerde vorm.
Bezwaar, lopend onderzoek en de rekening van de paniek
RTL Nieuws legt zich niet neer bij de weigering en maakt bezwaar. Dat betekent dat het ministerie het besluit opnieuw moet beoordelen. Blijft de weigering staan, dan kan de zaak bij de bestuursrechter belanden, waar de rechter toetst of de geheimhouding per onderdeel voldoende is gemotiveerd. De uitkomst daarvan laat zich niet voorspellen, maar de procedure zelf dwingt het ministerie om de weigering scherper te onderbouwen dan in het eerste besluit is gebeurd.
Tot die tijd blijft de facto hetzelfde staan als een jaar geleden: een golf van meldingen, een tijdelijke sluiting van vliegverkeer, de inzet van counter-dronecapaciteiten, een onderzoek zonder openbare uitkomsten en een ministerie dat de onderbouwing achterhoudt. In andere Europese landen leidde dezelfde periode tot publieke correcties en tot nieuwe procedures. Denemarken gaf toe dat er op een vermeende drone was geschoten terwijl een passagiersvliegtuig passeerde, België zag een helikopter voor een drone worden aangezien. Nederland heeft die correctie nog niet gegeven, en zolang het overzicht van waargenomen objecten niet openbaar is, blijft onduidelijk waar de dronepaniek van eind 2025 precies op was gebaseerd.
Veelgestelde vragen over het Woo-besluit van Defensie
Wat vroeg RTL Nieuws op met het Woo-verzoek?
De omroep vroeg wat het ministerie van Defensie verder bekend is over de drone-incidenten van eind 2025 en of er na november 2025 nog meer van dergelijke incidenten hebben plaatsgevonden. Op beide vragen weigert het ministerie inhoudelijk te antwoorden.
Waarom publiceert Defensie het overzicht van waargenomen objecten niet?
Volgens het besluit zou openbaarmaking inzicht geven in de aard, de omvang en de frequentie van de waarnemingen en in de mogelijkheden en beperkingen van de Nederlandse detectiecapaciteit. Daarmee zouden tegenstanders kunnen afleiden waar de detectie tekortschiet.
Waren de drones boven Volkel en Eindhoven echt drones?
Dat is niet onafhankelijk vast te stellen. De Nederlandse IRIS-droneradars waren tijdens de incidenten in Oekraïne ingezet, waardoor de waarnemingen uitsluitend met het blote oog zijn gedaan. Staatssecretaris Tuinman sprak van onbewapende hobbydrones, maar technische bevestiging ontbreekt en het onderzoek van het Openbaar Ministerie is nog niet openbaar gemaakt.
Hoe lang mag een overheidsorganisatie over een Woo-verzoek doen?
Een bestuursorgaan moet binnen vier weken beslissen. Is dat niet mogelijk, dan moet het dat binnen die termijn melden en mag het de beslissing met een redelijke termijn uitstellen. Tegen een besluit staat bezwaar open bij het ministerie; blijft dat zonder resultaat, dan kan de verzoeker naar de bestuursrechter.
Wat betekent dit besluit voor dronevliegers in militaire luchtruimten?
De gesloten militaire gecontroleerde luchtruimten blijven gesloten voor de open categorie en de afhandeling van aanvragen verandert niet. Wel worden de militaire zones toegevoegd aan het nationale geo-zoningbestand, zodat zichtbaar wordt waar niet mag worden gevlogen en waar een aanvraag nodig is.