Vanaf 1 juli 2026 krijgt de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) een nieuwe bevoegdheid om direct op te treden tegen drones en andere onbemande voertuigen. Deze maatregel geldt specifiek wanneer onbemande systemen een directe bedreiging vormen voor de veiligheid van zwaarbeveiligde gevangenissen in Nederland. Medewerkers mogen dergelijke systemen voortaan verstoren of fysiek uitschakelen wanneer sprake is van een concrete dreiging en minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn.
Directe reactie op smokkel en ontsnappingsdreiging
De nieuwe bevoegdheid is vastgelegd in een wijziging van de Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen. Tot nu toe was de Dienst Justitiële Inrichtingen voor het uitschakelen van drones afhankelijk van externe partijen, zoals de politie. Omdat politie-inzet tijd kost, was het in de praktijk uiterst lastig om direct in te grijpen wanneer een drone boven of nabij een gevangenisterrein verscheen.
Volgens staatssecretaris Claudia van Bruggen (Justitie en Veiligheid) zoeken criminelen voortdurend naar nieuwe manieren om verboden goederen, zoals drugs, mobiele telefoons en wapens (contrabande), gevangenissen binnen te smokkelen. Drones spelen daarbij een steeds grotere rol. Door gevangenispersoneel zelf de bevoegdheid en middelen te geven, kan direct worden opgetreden tegen afleverpogingen en kan voortgezet crimineel handelen vanuit detentie beter worden bestreden.
Geldig voor zwaarbeveiligde inrichtingen
De nieuwe bevoegdheid geldt uitsluitend voor penitentiaire inrichtingen met een extra of uitgebreid beveiligingsniveau. Dit omvat onder meer:
- Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught: Waar hoogrisicogedetineerden verblijven.
- Terroristenafdelingen: Speciaal beveiligde vleugels binnen verschillende inrichtingen.
- Grond-, ondergrondse- en watersystemen: Opvallend is dat de bevoegdheid zich niet beperkt tot vliegende drones. DJI mag ook optreden tegen onbemande grondvoertuigen of vaartuigen die een concrete bedreiging vormen.
Welke interventiemiddelen DJI precies gaat inzetten, wordt om veiligheidsredenen geheim gehouden. Dit kan variëren van gerichte elektronische verstoring (zoals GPS/signaal jamming) tot het fysiek uit de lucht halen van het toestel.
Risico's van identificatie en 'dronepaniek'
Hoewel de maatregel de veiligheid moet vergroten, brengt het ook risico's met zich mee. In de praktijk blijkt het correct en snel identificeren van een drone op afstand uiterst complex. Er bestaat een reële kans dat vergaande maatregelen worden ingezet tegen een relatief onschuldige drone, bijvoorbeeld van een recreatieve operator die per ongeluk te dichtbij vliegt, of tegen een object dat helemaal geen drone is.
Dit risico is niet theoretisch. Tijdens de Europese 'dronepaniek' eind 2025 werden op meerdere locaties meldingen gedaan van vermeende vijandige drones die achteraf onjuist bleken. In het Deense militaire oefengebied Borris werd destijds mogelijk zelfs het vuur geopend op een regulier passagiersvliegtuig dat ten onrechte voor een drone werd aangezien. Het incident onderstreept hoe moeilijk betrouwbare identificatie onder stressvolle omstandigheden kan zijn.
Wat betekent dit voor professionele drone-operators?
Voor professionele drone-operators zoals Drone Department is de boodschap helder: vliegen nabij no-fly zones (en zwaarbeveiligde inrichtingen in het bijzonder) is absoluut uitgesloten zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de luchtvaartautoriteiten en DJI.
Als gecertificeerd operator in de Specific-categorie voeren wij altijd een grondige pre-flight check en risicoanalyse uit via officiële luchtruimkaarten (zoals GoDrone/Airmap) om er zeker van te zijn dat we ver buiten de restrictiezones van penitentiaire inrichtingen blijven. Deze wetgeving benadrukt dat de regelgeving strenger wordt gehandhaafd en dat onbevoegde drones direct geneutraliseerd kunnen worden.