De Europese luchtvaartautoriteit EASA heeft een belangrijk voorstel gepubliceerd (NPA 2026-103) dat grote impact zal hebben op zowel hobbyisten als professionele drone-operators. EASA wil de gewichtsgrens voor de verplichting van theoriecertificaten en Direct Remote ID verlagen van 250 gram naar 100 gram. Deze stap moet de veiligheid, handhaving en transparantie in het lagere luchtruim drastisch verbeteren.
Nieuwe theorieplicht voor lichte cameradrones
Als het voorstel wordt aangenomen, krijgen veel recreatieve en beginnende dronevliegers in de Open-categorie te maken met nieuwe regels. Gebruikers van zeer lichte cameradrones tussen de 100 en 250 gram – zoals de populaire DJI Mini-serie, DJI Neo en vergelijkbare modellen – zullen voortaan een theoriecursus moeten volgen en een theoriebewijs moeten halen. De Britse luchtvaartautoriteit (CAA UK) was de eerste die deze grens verlaagde naar 100 gram; EASA streeft er nu naar om dit in de gehele EU te harmoniseren.
Remote ID: Het digitale kenteken
Daarnaast wil EASA Direct Remote ID verplichten voor alle drones boven de 100 gram. Remote ID fungeert als een digitaal kenteken dat via radiosignalen identificatie- en locatiegegevens uitzendt, waardoor handhavers, hulpdiensten en burgers de drone en de piloot live kunnen lokaliseren. Ook stelt EASA voor dat drones met Remote ID softwarematig geblokkeerd worden om op te stijgen zolang het exploitantnummer (operator ID) van de eigenaar niet correct is ingevoerd.
Grote versoepelingen voor professionele Specific operators
Hoewel de eisen voor de Open categorie strenger worden, brengt NPA 2026-103 juist positief nieuws voor professionele operators. EASA erkent dat veel vluchten in de Specific-categorie met een laag risico nu nog onnodig vastlopen in langdurige vergunningstrajecten. Om deze administratieve lasten te verminderen stelt EASA voor:
- Uitbreiding Standaardscenario's (STS): Meer typen vluchten (met name binnen het SAIL II risiconiveau) kunnen plaatsvinden op basis van een eenvoudige operationele verklaring (declaration) in plaats van een individuele vergunning.
- Vooraf gecertificeerde concepten: Een groter deel van de veiligheidsbeoordeling verschuift naar fabrikanten. Als droneontwerpen vooraf aan specifieke eisen voldoen, hoeft de operator niet zelf een volledige SORA-risicoanalyse (Specific Operations Risk Assessment) te doorlopen.
- BVLOS nabij infrastructuur: Er komen aangepaste standaardscenario's voor vluchten buiten zichtbereik (Beyond Visual Line of Sight) nabij infrastructuur en obstakels (in zogeheten 'atypical airspace'), evenals voor het gebruik van grote agrarische drones tot 750 kg.
Planning en invoering
Het voorstel NPA 2026-103 maakt deel uit van een meerjarige evaluatie naar aanleiding van de EU drone-en counterdrone-strategieën van begin 2026. De discussie over strengere identificatieregels werd mede aangewakkerd door de toename van ongeautoriseerde dronevluchten rond kritieke infrastructuur eind 2025. Volgens de huidige planning worden de eerste wijzigingen vanaf medio 2028 ingevoerd, terwijl het volledige vernieuwde regelgevingskader rond 2031 operationeel moet zijn.
Wat betekent dit voor Drone Department?
Voor onze cinema drone operaties is dit een zeer welkome ontwikkeling. Omdat wij opereren in de Specific-categorie onder een exploitatievergunning, voldoen onze piloten en vloot al aan de strengste theorie- en Remote ID-eisen. De geplande uitbreiding van Standard Scenarios (STS) en de verschuiving van de SORA-beoordelingslast naar fabrikanten zal onze operationele voorbereiding aanzienlijk versnellen.
Hierdoor kunnen we sneller en flexibeler reageren op opdrachten voor complexe filmsets, BVLOS-vluchten nabij industriële infrastructuur en grootschalige producties, zonder dat we telkens vastlopen in vergunningstrajecten bij de ILT.